Dit tweede deel is bedoeld voor de cellist die een technische stap vooruit wil zetten, terwijl hij een concrete relatie met muziek behoudt. Het doel is duidelijk: alle posities op de hals doornemen, inclusief het spelen met achter- en/of voorwaartse extensies, om de bewegingen, intonatie en stabiliteit van de linkerhand te beveiligen. De methode behandelt ook de harmonische toon, een essentieel punt om zuiverheid, klankkwaliteit en het begrip van de natuurlijke resonanties van het instrument te ontwikkelen.
Het leerproces wordt opgebouwd uit motiverend muzikaal materiaal: populaire liedjes nemen een belangrijke plaats in, waardoor het werk directer en zangmatiger wordt. Tegelijkertijd behoudt de inhoud een "klassieke" verankering dankzij bewuste verwijzingen naar vroegere cellisten, die betekenis geven aan traditie en esthetiek van het spel. Het ritme wordt geleidelijk gevarieerder, wat uitnodigt tot meer precisie en gemak, zowel in het lezen, de pulsatie als de articulatie.
De teksten zijn bewust kort en gaan direct naar de kern: ze begeleiden de oefeningen zonder de praktijk te belasten, zodat de focus blijft op de beweging, het luisteren en het intelligente herhalen. Een repertoire per les biedt ook grotere stukken (concerti, concertino's, kamermuziek...), ideaal om techniek met repertoire te verbinden en een coherente progressie op te bouwen. Het is een relevant hulpmiddel voor zowel lessen als zelfstandig studeren, met een gestructureerde, muzikale en resultaatgerichte aanpak.