In het meest populaire pedagogische werk van ERNESTO KÖHLER, Der Fortschritt im Flötenspiel (De Vooruitgang in de Kunst van het Fluitspel), vinden we alles wat de componist beroemd maakte bij de fluitisten van zijn tijd: een natuurlijk zingende schrijfwijze, een duidelijke opbouw en een opmerkelijk praktisch inzicht. Dit tweede deel, herzien en opnieuw samengesteld, benadrukt een melodische spontaniteit die het studeren motiverend maakt, terwijl het de leerling leidt naar een methodische vooruitgang.
De inhoud is ontworpen om technisch werk en muzikaliteit te verzoenen. Door de oefeningen ontwikkelt de instrumentalist de articulatie (precisie, regelmaat, controle van het fraseerwerk), versterkt de beheersing van verbindingen en leert hij moeilijke intervallenovergangen met meer gemak te hanteren. De methode moedigt ook een intelligentere leeswijze aan, door de deur te openen naar het begrip van complexe muzikale vormen : een echte meerwaarde om een coherente interpretatie op te bouwen, voorbij de loutere uitvoering. Met zijn opus 33 biedt Köhler zo een waardevolle bron voor fluitisten die solide willen vooruitgaan, of het nu in de les, aan het conservatorium of zelfstandig is.