Uit de collectie "Franse muziek" belicht deze editie van het Morceau de concert, opus 94 de dialoog tussen instrumentale innovatie en Franse romantische compositie. Het werk ontstaat in een specifieke context: de hoornist Henri Chaussier, aanvankelijk voorvechter van de eenvoudige hoorn, bedenkt na ervaring met de ventielhoorn het idee van een niet-transponerende hoorn ; samen met François Millereau ontwikkelt hij een omnitonische hoorn waarvan Saint-Saëns de specifieke kenmerken zal onthullen. Ontworpen voor studenten, docenten en uitvoerders, biedt de partituur een echte werkbegeleiding dankzij een historische perspectivering en gerichte interpretatie-aanwijzingen. De versie met piano onderscheidt zich ook door zijn praktische aanpak: de partituur toont de hoornlijn in echte tonen, terwijl de aparte partij directe uitvoering op de hoorn in F mogelijk maakt, wat de muzikale voorbereiding en samenhang tijdens repetities vergemakkelijkt.