Met Phteggomai biedt Thomas Lacôte een stuk voor orgel aan waarvan het vertrekpunt een luisterervaring is: de manier waarop een geluid "woont" in de uitgestrektheid van de kathedraal van Chartres. Hier beperkt het instrument zich niet tot zingen in een ruimte, het gaat een dialoog aan met die ruimte. De resonantie wordt muzikale materie, en de architectuur onthult zich zowel door het oor als door het oog, tot het bijna een fysieke emotie oproept.
De titel verwijst naar een oud-Grieks werkwoord dat "uitspreken" of "zich laten horen" betekent. Dit idee doordrenkt de hele partituur: het klankzwaartepunt steunt op een cornetregister, vol, helder en dragend, dat weerkaatst in de akoestiek, zich fragmentariseert, wentelt en zich geleidelijk transformeert. De compositie benut de contrasten tussen duidelijke aanwezigheid en nagalm, tussen duidelijke trajecten en omwegen, alsof het geluid aarzelt, breekt en dan weer op gang komt.
De vorm beweegt zich niet in een rechte lijn: ze bestaat uit breuken, haakjes en uitbarstingen die opduiken en weer verdwijnen. Thomas Lacôte mengt hierin een natuurlijke halo, gecreëerd door de ruimte, met "verzonnen" staarten, vergelijkbaar met de staarten van denkbeeldige kometen. Aan het begin plaatst de partituur zich ook in een spirituele en kosmische dimensie, verwijzend naar het gezang van de hemelen en het idee van de kathedraal als beeld van de wereld.
Opdracht voor de finale van de Grand Prix de Chartres d'interprétation, richt Phteggomai zich tot organisten die op zoek zijn naar een veeleisende en evocatieve hedendaagse partituur, ideaal om de kracht van het instrument, de kleur van de registers en de diepte van de akoestiek van een groot gebouw te benadrukken.