Dit boek is bedoeld voor pianisten die klassiekeballetlessen begeleiden en hun praktijk willen verrijken met direct bruikbaar muzikaal materiaal in de studio. Het doel is duidelijk: de meest juiste harmonie zoeken tussen de choreografische beweging en de muzikale frase, door elke oefening zijn eigen persoonlijkheid te geven, tussen gevoeligheid, poëzie, nuances, dynamiek, kleuren en kracht. De muziek wordt een werkpartner, die accenten kan benadrukken, de aanzetten kan ondersteunen, resonanties kan begeleiden en helpt de gevraagde bewegingskwaliteit van de docent op te bouwen.
Er wordt bijzondere aandacht besteed aan het werk van de oefeningen in het midden, het ware "moment van de waarheid" voor de leerlingen: alles wat aan de barre is geleerd, wordt hier op de proef gesteld in de ruimte. Hier moet de pianist breder denken, volume geven aan de frases, het bereik vergroten, de richtingsveranderingen begeleiden en het gevoel van traject versterken. Pianistische nuances worden dan een concrete steun voor de dansers: een pianissimo kan een landing verzachten, een crescendo het impuls van een diagonaal versterken, en een ritenuto een draai in een pirouette beveiligen. Gedurende de stukken ontstaat een echte dialoog waarin muzikaliteit de technische precisie en artistieke intentie dient, terwijl de sfeer van de les vernieuwd wordt.