Dit 4e deel is bedoeld voor fluitisten die een betrouwbare en efficiënte techniek willen onderhouden, dag na dag, dankzij 17 korte, gestructureerde en direct toepasbare oefeningen. Elke oefening legt de nadruk op het "mechanisme" van de dwarsfluit: vingerbewegingen, synchronisatie van de handen, stabiliteit van de klankproductie en helderheid van de aanslag, om een netter en homogener spel in alle registers te bereiken.
Ontworpen om eerst langzaam te worden geoefend en vervolgens geleidelijk te versnellen met de metronoom, bevorderen deze oefeningen een regelmatige vooruitgang zonder onnodige spanning. Ze helpen bij het creëren van stevige ritmische referentiepunten, het beveiligen van zowel gebonden als losse articulaties, en het versterken van het uithoudingsvermogen terwijl de klankkwaliteit behouden blijft. Geschikt voor leerlingen van cyclus 2 en hoger, gevorderde amateurs en docenten, vindt deze methode vanzelfsprekend zijn plaats als warming-up, als overgang tussen twee studies, of als dagelijkse technische module om digitale soepelheid, articulatieprecisie en klankconsistentie te behouden.