Deze pedagogische pianobundel verzamelt in één volume emblematische werken uit verschillende tijdperken om een solide en motiverende progressie op te bouwen. De leerling behandelt zowel de verfijning van barokke dansen en preludes als de balans van de klassieke stijl, voordat hij moderne miniaturen met een uitgesproken karakter verkent.
Het programma opent onder andere met een prelude van Bach (BWV 927) en biedt de elegantie van sonatines van Clementi, Diabelli en Kuhlau. De klassieke dimensie wordt versterkt door de "Sonate in C majeur KV 545" van Mozart, terwijl de romantische impuls tot uiting komt met Schumann en "Le Gai laboureur". Het geheel wordt aangevuld met zeer evocatieve pagina's waarin zowel het geluid als de muzikale intentie worden geoefend.
De 20e eeuw is bijzonder goed vertegenwoordigd met Debussy ("Le Petit nègre"), Bartók (plaisanterie en ronde), Prokofiev (Marche op. 65), Hindemith (Marche), Kabalevski (Novelette, Valse lente) en Khatchatourian (Scherzo), tot aan Lutoslawski. Elk stuk is bedacht als een concreet doel: legato en staccato, duidelijke articulatie, gevoel voor dans, balans van klanklagen, zelfstandiger lezen en beheersing van de aanslag.
Elk stuk, van de wals van Grieg tot de courante van Haendel, brengt een gematigde technische uitdaging en een nauwkeurig stilistisch referentiepunt, wat het een uitstekende lesondersteuning maakt, voor thuisstudie of voorbereiding van een auditie. Tot slot is er bewust gekozen om geen fragmenten uit het "Kleine boek van Anna Magdalena Bach" op te nemen, om de integrale studie van dit fundamentele werk aan te moedigen, dat perfect complementair is aan deze bundel.