In het derde deel van haar beroemde cellomethode stelt Odile Bourin voor om de studie van de posities voort te zetten, maar zonder het gebruik van rode en blauwe stippen, omdat de leerling nu zou moeten weten wanneer hij/zij de duim moet laten zakken of niet. Het doel is dat hij/zij nadenkt over wat hij/zij doet.
Dit deel legt de nadruk op twee sleutelstappen in het spelen in posities: de 1/2 positie, vaak verward met de 1e positie met achterwaartse extensie, en de 6e positie, hier beschreven als de eenvoudigste van de tussenposities. Het voorgestelde werk helpt de linkerhand te stabiliseren, het gehoor te verfijnen en de verplaatsingen te beveiligen, om zo meer precisie en vertrouwen te winnen in het midden-hoge register.
Odile Bourin geeft les in Parijs en organiseert regelmatig cello- en kamermuziekworkshops voor leerlingen van de 1e en 2e cycli van muziekscholen. Deze concrete en gestructureerde pedagogische aanpak maakt het tot een relevant hulpmiddel om de technische basis te versterken en tegelijkertijd de zelfstandigheid van de leerling te ontwikkelen in het lezen en analyseren van zijn/haar handpositie.