Aangepast en verrijkt op basis van een altvioolmethode van dezelfde auteur, is deze vioolmethode bedoeld voor jonge kinderen die beginnen met het instrument. Ontworpen voor begeleid onderwijs, legt het vanaf de eerste les de nadruk op technische basisprincipes - instrumenthouding en strijkstokhouding - terwijl het mogelijk maakt om te starten met viool zonder voorafgaande studie van solfège. De oefeningen, zeer kort en gericht, zijn altijd direct verbonden met de stukken die erop volgen om de onmiddellijke assimilatie van de behandelde concepten te bevorderen. De methode werkt zowel in individuele lessen als in groepsworkshops: de ensemblestukken (duo's, trio's, kwartetten) kunnen zelfstandig worden gespeeld, met begeleiding van de leraar, en elk van de partijen kan apart worden geoefend. Het repertoire is gebaseerd op volksliedjes waarvan de teksten zijn opgenomen om zang, innerlijk gehoor en zuiverheid te stimuleren. De voortgang voorziet bewust meer oefeningen dan nodig per les om groepsverdeling, regelmatige herhaling en korte leesoefeningen mogelijk te maken. Er verschijnen vaak aanwijzingen voor strijkstokplaatsen, en de verbeelding van de leerlingen wordt kort aangesproken om de technische en muzikale leerstof op een creatieve en duurzame manier te verankeren.